Deze blog gaat over hoe archeologen bij kunnen dragen aan het debat over klimaatverandering. Ik zie onze rol daarin als onmisbaar en misschien wel leidend, want hoewel meestal een kleine wetenschap aan de zijlijn, heeft de archeologie juist hier een paar voordelen. Daarbij gaat het me overigens vooral over het ‘hoe’ van onze bijdrage en niet, of niet alleen, over het ‘wat’.

De kerntaak van archeologen is niet (meer) het bodemarchief te behoeden voor schade, maar om perspectief te bieden op vergankelijkheid

Wie de media volgt, zal opvallen dat eco-minded politici, activisten en adviseurs de neiging hebben de lezer of luisteraar te bombarderen met indringende, harde feiten en doemscenario’s. Als ik die verleiding niet kon weerstaan, dan zou de introductie van deze blog er bijvoorbeeld zo uitzien:

“De planeet aarde kende in haar bestaan vijf eerdere golven van massa extinctie. De laatste was minder dan 66 miljoen jaar geleden en werd vermoedelijk veroorzaakt door een meteorietinslag. Als gevolg daarvan stierven de grote dinosauriërs uit, maar toch was dit in alle opzichten een kleine uitstervingsgolf. De voorlaatste massa extinctie vond 202 miljoen jaar geleden plaats en geeft voor het huidige tijdssegment een veel verontrustender beeld. Ook die extinctiegolf werd, net als nu, veroorzaakt door een mondiale klimaatverandering. In deze zogeheten Trias-Jura extinctie zou 96% van al het leven op de planeet uitsterven. Dit is een van de meest duidelijke aanwijzingen dat als we nu niets doen, ons een onbeschrijfelijke destructie te wachten staat.”

Heeft u al buikpijn?

Ik wel.

Wetenschappelijk onderbouwde betogen over de noodzaak van klimaattransitie beginnen vaak met een variant op het bovenstaande. Of het nu geo-paleontologisch onderzoek is dat wordt geciteerd, het laatste IPCC rapport, of econometrist Gaya Herrington die recent de voorspellingen van de Club van Rome herbevestigde, je wordt er mee om de oren geslagen om je te doordringen van het onvermijdelijke, je te raken met de werkelijkheid. Dat lijkt logisch, want de ‘feiten spreken voor zich’…zeggen we dan. Het is ook waar dat een disruptieve transitie waarschijnlijk gaat plaatsvinden als we niets doen. Maar als we in plaats daarvan voor een geleidelijke, gecoördineerde transitie kiezen, is het de vraag of het gooien met ‘feiten’ effectief is om tot verandering te komen.

Being Ecological

De Britse schrijver en klimaatfilosoof Timothy Morton is er in zijn boek ‘Being Ecological’ uitgesproken kritisch over. ‘Datadumping’ noemt hij het, die neiging het heden en de toekomst te presenteren als een niet-onderhandelbare schokkende zekerheid, waarmee we onszelf continu overgieten. Belangrijk is dat het bij datadumping niet de feiten zelf zijn die problematisch zijn, maar de manier waarop we ons tot die feiten verhouden. In de woorden van Morton zijn klimaatfeiten vaak geen feiten, maar ‘factoids’, feiten die we door een gekleurde bril zien en die als onweerlegbaar worden gepresenteerd.

Aan die schijnbare onweerlegbaarheid zitten een boel nadelen. Op de eerste plaats werkt het verwarrend en afstotend. Het data-bombardement presenteert de klimaatcrisis als een overweldigend probleem waar je je als toehoorder eigenlijk niet toe kunt verhouden. Het is te groot, te verstorend, het maakt machteloos, want “alles gaat stuk”. De datadump is dwingend, het eist dat we mondiale opwarming maar op één manier beschouwen en doe je dat anders, dan zit je fout. Die retorische dwang geeft ook ruimte tot ontkenning van het klimaatprobleem. Feiten zijn immers nooit gewoon feiten, weten we. Er is altijd die 10%, 5% of 2% kans dat het anders zit en doen alsof die onzekerheid niet bestaat, geeft de ontkenners een stok om mee te slaan. Het verkiezingsprogramma van FvD is daar een treffend voorbeeld van.

Datadump werkt niet. We weten al sinds de jaren 70 wat er moet gebeuren en toch lijken we nu pas te beginnen. Volgens Morton moet er iets zijn, waardoor we onszelf steeds weer blijven blootstellen aan alarmisme zonder echt tot handelen over te gaan. Wat is de winst daarvan? Morton vergelijkt, gebaseerd op het werk van Freud, de datadump met de PTSS-droom van een traumaslachtoffer: de PTSS-droom verloopt altijd min of meer hetzelfde, begint ergens vlak voor het moment dat in het echte leven traumatisch was – een geweldsdelict, een bermbom – en stopt dan net voor het kritieke moment. De getraumatiseerde schrikt badend in het zweet wakker, komt langzaam tot haar positieven, maar bij inslapen begint de droom gewoon weer opnieuw , dag na dag, jaar na jaar, soms de rest van het leven.

Kenmerkend van deze dromen is dat ze je steeds terugbrengen naar het moment waarop je nog had kunnen handelen: het moment dat je iemand op je af ziet komen, of nog in het voertuig in Afghanistan zit en je onderbuik begint te kriebelen dat er ‘iets niet klopt’. Morton noemt dit naar Freud het moment van anticipatory fear: er is nog geen verschrikking, er is nog perspectief. Tot anders handelen komt het in de droom echter nooit. Op precies dezelfde manier duidt Morton de steeds herhaalde klimaat-datadump, die ons psychologisch steeds in een anticiperende houding brengt en doet geloven dat er nog tijd is, dat het tien voor twaalf is, twee voor twaalf, nog 30 seconden…en dus blijft actie uit.

Een remedie voor de klimatologische PTSS-droom

Wat is de remedie? Volgens Morton een meer geïntegreerde menselijke benadering, die handelend vermogen teruggeeft. De feiten zijn nodig om het probleem te onderkennen, maar om te handelen is een perspectief nodig dat ons leert ons tot de werkelijkheid te verhouden. Dat is een ander gesprek. Juist daar kan een archeoloog bemiddelen. Wij weten immers als geen ander dat er altijd keuzes gemaakt worden om het verhaal van het verleden te vertellen, dat feiten niet het verhaal zijn: er is altijd een urgentie, een veronderstelling, een doelgroep, of een actualiteit die enerzijds de aanleiding zijn voor het verzamelen van feiten (want verzamelen gebeurt nooit willekeurig) en anderzijds sturen hoe we onze data gebruiken in ons narratief. Het verhaal dat gepubliceerd wordt, is het verhaal dat relevant is in het heden. 

Wij kunnen dus meepraten over het klimaat vanuit ons overzicht op de geschiedenis van mensheid. Ons bestaan van de mens was altijd al intrinsiek verbonden met de biosfeer en veranderingen in het klimaat. Met beiden zijn we onlosmakelijk verbonden, of anders gezegd, onze geschiedenis is de geschiedenis van de biosfeer. Het antropoceen begon niet abrupt op 16 juli 1945, maar kende een aanloop van minstens 12.000 jaar en mogelijk veel langer. Het archeologisch perspectief op de lange termijn, plaatst onze problemen van nu in een evolutionair perspectief dat ons een meer bescheiden plek geeft in het ecosysteem, een plek die we door de bank genomen dachten te hebben verlaten. In werkelijkheid stond cultuur nooit boven natuur: dat hebben we maar bedacht om onze – naar nu blijkt – destructieve keuzes te verantwoorden (zie Albrecht, Gosh en Blom bij bronnen hieronder).

Een andere rol voor archeologen

Alles mooi gezegd, maar is dit archeologische narratief dan niet gewoon de volgende datadump die we over onszelf uitstorten? Toch niet, want het doel is niet om feiten aan te dragen, maar om ons op een andere manier te laten reflecteren op die feiten en op ons bestaan. Daarmee verandert de aard van het debat over klimaat volledig. Tenminste, als we ons hierop toeleggen, want als we blijven hameren op ‘behoud van kwetsbaar intrinsiek erfgoed’ of vasthouden aan de romantiek van oude beschavingen, freaken op zwaarden en bijlen, Kelten, Vikingen of de ‘glorie’ van het Romeinse rijk, dan zetten we alleen de koloniale fascinaties voort. Wie daarentegen archeologisch uitzoomt ziet hoe de mens afhankelijk is van haar relatie met haar leefomgeving en van andere soorten – al is het ‘maar’ dat we zonder darmflora niet eens kunnen leven – “How much of Tim is really Tim?” vraagt Tim Morton dan.

Op de lange termijn haalt geen enkele ‘cultuur’ de eindstreep, weten archeologen. Elk facet van de menselijke geschiedenis heeft een aandeel in de wereld zoals die nu is. Het verleden is daarmee nooit iets van vroeger, maar iets van nu. Deze reflectie op de complexiteit van het bestaan noopt tot enorme bescheidenheid en mededogen, waarmee het debat over klimaat ook intrinsiek verandert.

“When was it ever not true that humanity will one day go extinct?”

When was it ever not true that humanity will one day go extinct?“, vraagt Morton in een podcast (zie bronnen). Het lijkt defaitistisch, maar het tegendeel is waar. Het raakt de kern van wat we als mens altijd zijn geweest: passanten, complex verbonden met een biosfeer waaruit we niet kunnen ontsnappen. Ook niet naar Mars, zoals sommige naïevelingen nu lijken te beweren: als ik op Mars wil kunnen leven, schep ik daar eerst een kopie van de aarde en waarschijnlijk een verdraaid slechte.

Klimaatverandering geeft aanleiding tot de omkering van het debat over behoud dat de monumentenzorg nu domineert. De kerntaak van archeologen is niet (meer) het bodemarchief te behoeden voor schade, maar om perspectief te bieden in de omgang met vergankelijkheid. In dat besef ontstaat het handelingsperspectief dat anticipatory fear niet kan bieden. 

Zo worden we als archeologen agents of change, een factor van belang in de klimaatadaptatie. Het is, en was altijd al een wonder dat we er zijn hier op aarde. Als er nou iets is dat betrokkenheid of zorg voor de planeet aanwakkert, dan is het wel verwondering. Laten we dus snel aan het werk gaan.

**reageren op deze blog? Zeer welkom, zie het reactie formulier hieronder**


Bronnen:

Timothy Morton 2018. ‘Being Ecological’ Pinguin U.K.

Podcast ‘The London Book Review’ on ‘Being Ecological’ by T. Morton: https://open.spotify.com/episode/508h2Le4KP8UODISO0EvUJ

https://open.spotify.com/episode/508h2Le4KP8UODISO0EvUJ

De hier gebruikte bronnen over hoe ontwikkeling van de landbouw wordt gezien als het startpunt van de ideologie die natuur scheidde van cultuur zijn Glenn Albrecht ‘Earth Emotions’ (2019); Amitav Gosh ‘The Nutmegs Curse’(2022) en Phillipp Blom ‘De Onderwerping’(2023)

Artikel over het werk van Gaya Herrington in the Guardian: https://www.theguardian.com/environment/2021/jul/25/gaya-herrington-mit-study-the-limits-to-growth

De term ‘agents of change’ heb ik overgenomen uit recente uitingen van Scientists4Future

 

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email
WhatsApp

11 reacties

  1. Mooie opzet, Jobbe. Archeologen als experts in omgang met de diepe tijd, de dood, het geleidelijk verdwijnen, de vergankelijkheid. Maar een uitvaartbegeleider is niet automatisch een goede stichter van een nieuwe kolonie. Wat missen we?

    1. Daar geeft mijn blog geen antwoord op inderdaad en bewust niet. De insteek die ik hier kies houdt in dat een dieper bewustzijn op onze rol, de ruimte geeft voor inzicht in handelen. Wie in paniek is, of zijn kop in het zand steekt, maakt slechte keuzes.

  2. Een zeer inspirerende kijk op wat de archeologie zou kunnen betekenen Jobbe. Helemaal voor! Mijn betoog is al lang dat als we naar archeologie kijken we in een spiegel naar onszelf kijken, naar wat het betekent om mens te zijn. Ik zie bijvoorbeeld de bijdragen van Maikel Kuipers als een ondersteuning hiervan: hoe wij als mensen met bijvoorbeeld beton en plastic zijn omgegaan.

    Maar jouw benadering trekt de tijdslijn nog verder door, tot voorbij het menselijk handelen. Maar de vraag blijft hoe we momentum genereren. Hoe we op de eerstvolgende Reuvensdagen niet toch weer alleen over prehistorische pijlpunten en Romeinse zwaarden staan te spreken. Hebben we daar niet -ook- beangstigende datadump voor nodig om collega’s wakker te schudden? Mijn eigen ervaring met het opzetten van verschillende programma’s is dat datadump in combinatie met het bieden van perspectief, a way out, waarin ook gesproken wordt over de vraag ‘wat kan ik doen?’ de ideale combinatie is om mensen in beweging te krijgen.

    1. Dag Frank,
      Leuk, dan delen we die visie! En zeker, Maikel’s werk is zeker relevant daarin, al kan ik – sorry Maikel – het niet nalaten te blijven zeggen dat dit werk aansluit/voortbouwt op 20+ jaar werk dat is/wordt gepubliceerd bij onder andere de Contemporary and Historical Archaeology in Theory group en het Journal of Contemporary Archaeology, waar we in Nederlandse context nooit wat over horen terwijl we – precies zoals je zegt – maar naar pijlpunten blijven staren.

      Mortons betoog is verstrekkender en genuanceerder dan dat ik hier kon uitleggen. Belangrijk is dat Morton zijn pijlpunten niet richt op data, maar op datadump. Die nuance heb ik kennelijk niet voldoende uitgelegd, want ik krijg er meer reacties op. Data is nodig, maar data als datadump, dus gericht op shockeffect, scheppen passiviteit. De kunst is dus, volgens Morton en ik probeer die lijn te volgen – data te presenteren op een manier die activeert. Maar ik snap het dilemma, voor mijzelf was ook een keerpunt de zin ‘bij de vorige klimaatverandering stierf 96% van al het leven uit’….was dat een datadump? Een Factoid? Geen idee, maar ik weet wel dat ik een maand later op de A12 zat en Roos van Oosten tegenkwam die de Reuvenssessie wilde organiseren.

      Voor de beste uitleg adviseer ik de podcast te luisteren die hierboven staat, of een vergelijkbare van Morton die sprak bij de Radboud Uni,ook te vinden op Spotify. (die is wat meer condens dus ingewikkeld, voor mij in ieder geval).

      Hartelijke groet

      Jobbe

    2. Oh en Frank, ik denk dat we – ik in ieder geval – een bijdrage van jou zeer op prijs zouden stellen. Als iemand ‘mee eens’ zegt onder mijn bericht, gooi ik natuurlijk meteen de hengel uit. 😉

      Jobbe

  3. `De kerntaak van archeologen is niet (meer) het bodemarchief te behoeden voor schade, maar om perspectief te bieden in de omgang met vergankelijkheid. In dat besef ontstaat het handelingsperspectief dat anticipatory fear niet kan bieden.’
    Ad 1 zou ik willen stellen; dat is ook helemaal de kerntaak niet van archeologen, dat is een noodzakelijk bijproduct , deels ideologisch, deels praktisch bepaald, maar niemand gaat archeologie studeren met het idee: kom, ik ga later het bodemarchief beschermen. En niemand verwacht dat ook van haar/hem. “De samenleving’ verwacht van de archeoloog een duiding van het verleden. dat die duiding een afspiegeling is van de tijd waarin we leven, allemaal tot je dienst. Dat die duiding tot stand komt via 18de-en 19de-eeuwse Europese redeneringen: sorry datr we bestaan, hoor, maar het is niet anders. We kunnen voortdurend bijstellen, en dat gebeurt ook, het vak staat niet stil, maar je kunt de basis niet uitvlakken.
    Ad 2: perspectief bieden in de omgang met vergankelijkheid: een prima taak, maar word dan dominee (we hebben elkaar al eens eerder voor hogepriester cq. zendeling uitgemaakt…) , of ga een hospice runnen. Die mensen hebben er nog een veel indringender kijk op dan wij.

    Dominees en hun collega’s van andere richtingen hebben ook een prima alternatief voor de zo gevreesde datadump: verhalen, analogieën, liederen. dat heeft een hoop mensen troost geboden en nog veel meer mensen in slaap gesust of belemmerd zelfstandig te denken. Dan toch maar liever data, al geef ik toe dat het steeds lastiger wordt, die allemaal te verwerken. Toch maar blijven proberen, want er zit een hoop nuttigs tussen.

    Ik ben overigens een nieuwsgierig mens en dus reuze benieuwd naar de archeologische benadering van het klimaatprobleem, maar heb nog niets – ook niet op de Reuvensdagen – concreets of bruikbaars gehoord, hoe sympathiek het initiatief ook is. Want wie wil er nou ten onder gaan in een distopies kataklisma, als hij er wat aan kan doen?

  4. Dank Evert,
    Voor mij zijn archeologen dominees die doen alsof ze dat niet zijn. Anders gezegd, alle archeologen zijn dominees: ze proberen een perspectief op de (al dan niet historische) werkelijkheid te geven, zoals je zelf ook zegt. Dat raakt altijd vergankelijkheid, de vraag waarom zijn we hier en wie zijn we.
    Ik moedig dat dus ook zeker aan!

    Jobbe

  5. Over concreet bruikbaars, Everest beargumenteerde dat zijn studie in de archeologie hem aanzette na te denken en handelend op te treden in duurzame landbouw. Als dat een zaadje plant, dat aanleiding geeft voor verspreiding van die gedachte is dat voor mij zeker concreet genoeg! Verder is the Ocean Clean Up wat mij betreft een archeologisch project – uiteraard niet zonder kritiek over haalbaarheid – maar ook daar zekers handson en concreet genoeg voor mij. Die mensen doen tenminste wat.

    En, en, en dan..doorgaand op het vorige: hoezo is stervensbegeleiding niet concreet? Je hebt geen concrete voorbeelden gehoord zeg je. Nee, je wijst ze van de hand, omdat het niet jouw soort archeologie is. Dat is iets heel anders dan niet horen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *