Wat willen archeologen bijdragen aan het – voorlopig – overleven van de mensheid?

Ongeveer 20 jaar geleden was ik in de openbare bibliotheek van de Zuid Californische Universiteitsstad Riverside. Ik was op stage voor mijn master evolutionaire biologie. Op zich een bibliotheek als elke andere, maar ook Amerikaans en dus net weer niet zoals in Nederland, vooral wat meer beduimeld. Er hing een typische geur, iets zoetigs bedompts van oude boeken, vermengd met Californisch woestijnstof.

Fragment omslag Hank Wesselman
Fragment omslag Hank Wesselman’s boek ‘Spiritwalker’ 1996 Bantam Books

Met zo’n gevoel van voorbestemming, dat je op die leeftijd wel eens kan hebben, liep ik naar een willekeurige kast en trok er als experiment een random boek uit met de intentie het te gaan lezen, wat het ook zou zijn.

En zo gebeurde, maar dit was wel een tamelijk merkwaardig boek. Het paste niet in enige categorie die ik kende. Het was geschreven door een paleo-antropoloog, Hank Wesselman, die onderzoek had gedaan naar vroege menselijke bewoning in the Great Rift Valley…maar wetenschappelijk was dit boek zeker niet. Het was een roman met een hoog New Age gehalte, misschien science fiction te noemen, al zouden die classificaties de sjamanistische grondslag ook te kort doen: het was bepaald niet bedoeld als luchtig verzinsel of strandliteratuur.

Het verhaal van een Hawaiaanse verhalenverteller

Ik las het boek in één keer uit. Het vertelde het verhaal van een jongeman in een Hawaïaanse Native Indian stam. Zijn naam is Naonia. Naonia heeft een belangrijke rol in de gemeenschap, omdat het zijn taak is het verhaal van de stam te duiden en levend te houden. “Waar komen we vandaan, en wat is onze plek op de aarde?” Hij doet ook onderzoek en is daarmee, net als Wesselman in veel opzichten, een archeoloog.

Naonia’s stam leeft van de jacht, visserij en kleinschalige landbouw. Ze  kennen simpele metaalbewerking en maken pijlpunten van koper. IJzer kunnen ze niet smeden, omdat het bijna niet te krijgen is, maar ook omdat de technologie om het te maken, verloren is gegaan. Het stamhoofd bezit een stalen mes, dat wordt gezegd zeer oud te zijn en een rituele functie heeft. Het wordt elke dag geolied tegen de roest. Als de stam op zoek gaat naar metaal, gaan ze naar plaatsen in het woud waarvan ze weten dat er vroeger mensen gewoond hebben. Daar bevinden zich in de grond merkwaardige koperen draden, waarvan de Hawaïanen niet weten waar ze voor gediend hebben, maar die makkelijkste bron van metaal zijn, tenminste als je genoeg tijd hebt ze uit te graven. Ook vinden ze soms kleine ronde plaatjes, waarvan ze weten dat  het munten moeten zijn voor ruilhandel. Op de ene kant staat het portret van een belangrijke man met een baard, op de andere kant het woord ‘liberty’. Als verhalenverteller heeft Naonia deze taal leren lezen, maar waarom iemand zoiets vanzelfsprekends als ‘vrijheid’ op een munt zou willen zetten, is voor hem en zijn stam een raadsel.

"...waarom iemand zoiets vanzelfsprekends als 'vrijheid' op een munt zou willen zetten, is voor Naonia en zijn stam een raadsel."

U voelt de  verrassende wending in het boek al aankomen – Naonia woont niet op Hawaï. Zijn stam heeft een paar generaties eerder de overtocht gemaakt naar het vaste land. Toen zij daar aankwamen, in een gebied waarvan zij vermoeden dat het vroeger California heette, verwachten ze daar de Amerikanen aan te treffen – want zo vertelde hun mondelinge overlevering. Dat bleek echter niet het geval. Waar ze ook kwamen, de grote steden met de witte mensen, die ze kenden uit oude verhalen, waren weg.  Ze vonden alleen steppe en bos en tijgers waar je verdraaid voor moet uitkijken. In de loop van het boek wordt steeds meer duidelijk dat die Amerikanen een paar duizend jaar eerder vrij plotseling verdwenen waren en niemand weet waar ze zijn gebleven.

Kennis van deep time zet al onze keuzes in perspectief

Hoewel de sjamanistische insteek van Wesselman voor de conventionele archeoloog waarschijnlijk te weinig handvatten biedt, deed Wesselman in dit boek als  archeoloog voor mij iets bijzonders, iets dat ik twintig jaar later pas echt op waarde kan schatten. En iets waarvan ik vind dat wij het veel te weinig doen. Wesselman nam zijn wetenschappelijk kennis ten aanzien van het duiden van the deep time of humanity en gebruikte die voor een projectie op de toekomst. En hij had hier goede reden voor; zijn wetenschappelijk werk lag in paleo-ecologisch onderzoek dat de relatie onderzocht tussen klimaatverandering en het verschijnen van de mensheid in Afrika. Vanuit wat hij leerde over de betekenis van klimaatverandering, ongetwijfeld gecombineerd met de vooruitzichten die de klimaatwetenschappen en Club van Rome ook toen al riepen,  had hij grote zorgen ontwikkeld over de toekomst. Wesselman durfde de stap te zetten het op te schrijven, het grotere plaatje te schetsen, ondanks kritiek van zijn collega’s, omdat hij wist dat het in de archeologie uiteindelijk niet gaat over kennis, maar over betekenis. 

"Wesselman nam zijn wetenschappelijk kennis ten aanzien van het duiden van the deep time of humanity en gebruikte die voor een projectie op de toekomst.

Ik vind dat het boek mij, maar misschien ons allen, iets kan leren over onze rol ten aanzien van het klimaatprobleem. Ik zie die rol in ieder geval niet in termen van overmoed over de prestaties van de wetenschap in het begrijpen van het verleden. Integendeel. Ons inzicht in deep time  laat zien hoe klein en kwetsbaar en tijdelijk we als biologische soort zijn en altijd al zijn geweest. En hoe we complex verbonden zijn met, en afhankelijk zijn van alles wat er op aarde leeft. Wij archeologen weten als geen ander hoe vaak de mensheid door het oog van de naald is gekropen. Dat is geen defaitisme, het is de realiteit, het is het verhaal van wie wij altijd al waren. En ook: er was een tijd vóór ons en er zal een tijd na ons komen. Dat verhaal dat wij kunnen vertellen, zet al onze vakmatige keuzes in een ander perspectief.

Wat dragen wij bij aan het overleven van de mensheid?

De transitie door klimaat en/of economic collapse is onvermijdelijk, daar is wetenschappelijk consensus over. We weten alleen niet hoe lang, hoe disruptief, en hoe heftig. De vraag waar archeologen mee aan de slag moeten is niet ‘wat willen we weten?’ maar: ‘welk verhaal willen we als archeologen vertellen?’ ‘Wat willen wij doorgeven aan de toekomst?’ Hoe kunnen zo bijdragen dat Naonia ons verhaal over 5000 jaar nog steeds kan vertellen als onze wetenschappelijk instituten en ambities al lang niet meer bestaan? Wat dragen wij bij aan het – voorlopig –  overleven van de mensheid?

Openlijk klimaatactivisme lijkt onder archeologen zeldzaam. Zover ik weet, hebben nog geen archeologen zich aan cultureel erfgoed – ons domein nota bene! – vastgelijmd. Waarom is dat zo? Is dat omdat wij beter weten;  omdat het onderwerp klimaat niet leeft; omdat archeologen per definitie conservatief zijn?

"Ik denk dat wij stiekem weten, dat ons huidige verhaal geen impact heeft  ten aanzien van de klimaatproblematiek. 

Nee, ik vrees dat nog niemand zich aan de tempel van Taffeh in het RMO heeft vastgeketend, omdat wij stiekem weten dat ons huidige verhaal geen impact heeft  ten aanzien van de klimaatproblematiek.  Archeologen hebben een bijrol, we praten niet mee, zijn nauwelijks relevant. Dat in 2023 pas de eerste sessie over klimaat op de Reuvensdagen plaatsvond, is veelzeggend.

Het is tijd om archeologisch leiderschap te tonen in het klimaatdebat. Dat is geen dichotomie met twee opties, ofwel niets doen, ofwel met Extinction Rebellion de A12 in Den Haag bezetten. Zoals Michael Peter Edson zegt in zijn betoog over ‘the big frikin’ wall‘, er zijn 50 gradaties van intensiteit van activisme, vóór je bij Extinction Rebellion uitkomt. U zit hier in de zaal of leest deze blog, dus blijkbaar gaat het u aan het hart: dan is het nu ook tijd om wat te gaan doen! Dat begint met een keuze maken dat we willen bijdragen en over hoe die bijdrage eruit kan zien. Een keuze over wat we willen bijdragen aan de toekomst.  Maar mocht u zich toch geroepen voelen zich daarbij ergens vast te lijmen om dat kracht bij te zetten, dan mag u een tube lijm bij mij komen ophalen.


Deze tekst is een bewerking van mijn bijdrage op de sessie ‘Don’t look up!’ op de Reuvensdagen, 16 november 2023

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email
WhatsApp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *